Vlaamse Vereniging voor Cliëntgericht-Experiëntiële Psychotherapie en Counseling vzw
ZOEKEN :
  • HOME
  • CLIËNTGERICHTE THERAPIE
  • COUNSELING
  • VERENIGING
  • REDACTIE
  • WORD LID
  • WERELDCONGRES
  • NIEUWS
  • ACTIVITEITEN
  • LITERATUUR
 
  U BENT HIER: NIEUWS Verslag Novemberdag 2011
Verslag Novemberdag 2011 PDF Afdrukken E-mail
Nieuwsbericht
Geschreven door Administrator   
woensdag, 14 december 2011 09:21

 

Verslaggeving Novemberdag VVCEPC  2011 “Het einde nabij”

 

I. Impressies van Ann Callebert

Het is een herfstige dag, die gelukkig niet het trieste eigen aan de maand uitademt. Niettemin ontkom ik er niet aan op de heenweg een begrafeniswagen in volle actie te kruisen. De toon lijkt gezet voor de novemberdag…

Het wordt echter een allesbehalve deprimerend gebeuren. Afscheid kan blijkbaar ook een mooie, waardige vorm aannemen, hoeft niet enkel te staan voor verlies, maar kan ook een verrijking inhouden.

Dat laatste blijkt zeer mooi uit het betoog van de eerste spreker, Greet Splingaer. Ik hou er wel van als er vanuit een metafoor wordt vertrokken om de eigenlijke inhoud te verduidelijken. Haar praktijkvoorbeelden geven bovendien een heel mooi beeld van hoe je als therapeut concreet kunt afronden met je cliënt. Zelf heb ik het afscheid in een therapie tot nu toe eerder al pratend aangepakt, maar het idee dat je met symbolen of rituelen het therapeutische proces niet alleen kunt verdiepen, maar ook beter doen beklijven, neem ik zeker mee voor de toekomst. Net als het idee dat zowel therapeut als cliënt actief aan de slag gaan bij de vormgeving van het proces, en dat het niet enkel iets is waar de cliënt lijdzaam doorheen moet.

Lieve Thienpont had beter wat meer tijd gekregen. Ze heeft zo ontzettend veel te vertellen, wil tegelijkertijd zoveel klemtonen leggen dat de samenhang soms ietwat verbrokkeld geraakt en de rust en de tijd om haar reflecties te verdiepen ontbreekt. Zeer spannend vind ik als hulpverlener de denkoefening waarvoor ze ons op het einde stelt, het vanbinnen aanvoelen hoe wij zouden reageren op het concrete euthanasieverzoek van een autistische jongeman, als we hem zijn leed horen vertellen. Ofschoon ik zelf al meerdere van deze gesprekken heb gevoerd, blijft het aangrijpend de levenspijn van iemand te ervaren. Lieve`s bijdrage laat zich dan misschien niet zo direct in concrete handvatten vertalen, maar het geeft wel de zeer belangrijke boodschap mee dat onze cliëntgerichte basisprincipes een zeer goede uitvalsbasis bieden om een cliënt in zijn doodsverlangen nabij te zijn. Wij zullen in de hulpverlening trouwens steeds vaker met de vraag naar euthanasie worden geconfronteerd en zijn dan ook beter goed voorbereid.

Eigenlijk dus best knap dat de studiedag zich heeft gewaagd aan een thema waar gewoonlijk ietwat met een boog omheen wordt gegaan en waarnaar nog veel te weinig onderzoek gebeurt. Afscheid hoort er gewoon bij, zowel in de therapie als in het leven. De dag bood dan ook een hoop denkimpulsen en concrete aanzetten. En ademde vooral de belangrijke boodschap uit dat afscheid niet alleen een einde maar ook een nieuw begin in zich draagt.

 

 

 

II. Verslaggeving van een psychotherapeute in wording

Alexia Grauls

In mijn terugblik op een boeiende studiedag dacht ik mijn impressies eens met jullie te delen.

Greet Splingaer gaf het startschot van de namiddag en deed dit met een heldere en gestructureerde uiteenzetting waarbij ze ons inkijk gaf in haar visie en ervaringen over afscheid in therapie. De praktijkvoorbeelden maakten haar relaas ook nog eens waarachtig en beklijvend. Ik onthoud onder andere de twee copingmechanismen waar ze over sprak: de snelle afsluiters (early closure) en de zoekers naar de perfecte stenen (delayed closure), en de verschillende taken voor de therapeut om tegenwicht te bieden aan de dominante strategie van de cliënt. De onderwerpen die ze besprak, van sprookjes tot rituelen en talismannen, kunnen in mijn oren vrij vlug een wollig karakter krijgen, maar uit de mond van de ietwat strakke Greet Splingaer klonk het geloofwaardig. Ik kreeg zelfs prompt zin om mijn oude sprookjesboek van de zolder te graaien en het nu eens met m’n therapeutische bril op te lezen. Verder onthield ik dat we door de asymmetrische relatie met de cliënt te bewaken en bewaren na afloop van de therapie, ook de plek voor deze cliënt in de toekomst vrijwaren. Dit klinkt logisch maar ik had er nog vanuit dat oogpunt bij stilgestaan. Mijn bedenking hierbij is of de metafoor van het sprookje niet te eenzijdig is, in de zin dat een sprookje altijd goed afloopt (en dit is net waarom Greet deze metafoor gebruikt). Kunnen er wel altijd stenen gevonden worden, kan er altijd een mooie genezing en hechting van de gapende wonde plaatsvinden? In die zin is de sprookjesmetafoor toch wat meer relevant bij kinderen lijkt me. Hoewel we naar heling willen werken, is het niet even belangrijk om de cliënt te helpen zijn lelijke littekens te kunnen bekijken en aanvaarden, te rouwen om de niet te vinden stenen en de leegte van dit gemis te leren dragen?

Lieve Thienpont gaf een minder gestructureerde maar zeker niet minder boeiende uiteenzetting. Het onderwerp was minder uitgewerkt, temeer omdat dit een nieuw domein is. Het werd mij geleidelijk aan duidelijk dat voor ons een erg moedige vrouw stond die een pioniersrol vervult wat betreft euthanasie bij ondraaglijk psychisch lijden. Ik vond het dan ook heel waardevol om wat meer zicht te krijgen op haar drijfveren, standpunten en de manier waarop ze te werk gaat. In mijn ogen geeft ze, door een weg aan te bieden naar een waardig levenseinde, deze in de steek gelaten groep mensen weer een menselijk gelaat. Het gaat haar om preventie tegen een mensonwaardige dood, wat toch een eye-opener was voor mij. Ze verwoordde voor mij erg waardevolle standpunten wat betreft het onder ogen willen en durven zien van iemands doodswens en het au sérieux nemen van deze vraag. Ook deze vraag is in feite een vraag om hulp, een vraag die gehoor wil vinden (en zou moeten vinden), en een kans voor de hulpverlener om te onderzoeken of sterven nu echt datgene is wat de cliënt wil. En dat blijkt vaak zelfs niet zo te zijn. Net door deze vraag te beluisteren en bespreekbaar te maken kan de cliënt soms tot een nieuw antwoord (op zijn lijdensdruk) komen. Het lijkt me dat deze psychiater door mee te gaan tot op de rand van de dood (en zelfs letterlijk tot aan de rand van het sterfbed), paradoxale antwoorden tegenkomt en nieuwe wegen kan openen wat betreft ‘behandeling’ en het op punt stellen van diagnoses. Zo zouden er veel cliënten met (ongediagnosticeerd) hoog functionerend autisme bij haar terecht komen.  Dat de rauwheid van de rouw na suïcide groot is leidt geen twijfel. Ik kan me voorstellen dat deze na een bewust gekozen, maar ook bewust beleefde, gedeelde en ondersteunde dood, minder rauw is. Dat  het een moeilijk (ethisch) balanceren is mag wel duidelijk zijn, onder andere doordat het criterium om als arts tot euthanasie over te gaan behelst dat de patiënt uitbehandeld moet zijn, terwijl iemand met een psychische lijdensdruk theoretisch gezien nooit uitbehandeld is. Het gaat hier dus voornamelijk om menselijke waardigheid en levenswaardigheid, wat dan weer een fundamenteel subjectief gegeven is. Dan is er nog het gegeven dat ook de mensen die wensen te sterven meestal bang zijn voor de dood. Deze ambivalentie tegenover de dood kan door hulpverleners gemakkelijk misbruikt worden om de euthanasievraag uit de weg te gaan. Anderzijds was ik ook blij te horen dat Lieve het belangrijk vindt collega’s niet te extrapoleren en hen die niet zover kunnen of willen meegaan wil respecteren.  Ik denk dat het in elk geval een taak is voor elke hulpverlener om bij zichzelf te onderzoeken hoever je wil en kan gaan, net om dit soort voorwendsels te vermijden en de hulpvrager niet in de kou te laten staan.

Gedurende haar discours droeg Lieve Thienpont een heel humane en daarmee ook cliëntgerichte boodschap uit. Ik kreeg voeling met het onbegrip en de eenzaamheid waar deze mensen op botsen en besefte hoe dun de hulpverleners gezaaid zijn die deze wens kunnen dragen, laat staan dat de directe omgeving deze vraag kan aanhoren.  Ik weet zelf niet of ik zou kunnen meegaan in iemands vraag naar euthanasie. Ik weet niet of ik zou kunnen loslaten, iemand zou kunnen laten gaan terwijl je nooit zeker weet of er toch nog een sprankel levenslust had kunnen opflakkeren. Ik die zo naar die sprankels zoek en er zo van houd. Met mijn verstand kan ik er zeker achter staan. Om dit ook actief te ondersteunen zal ik op zijn minst nog wat moeten rijpen.

 

 

Attachments:
Download this file (afscheidsrituelen 1.doc)Artikel Greet Splingaer 1[ ]84 Kb
Download this file (afscheidsrituelen 2.doc)Artikel Greet Splingaer 2[ ]64 Kb
Download this file (artikel euthanasie pdf def.pdf)Artikel Lieve Thienpont[ ]470 Kb
< Vorige   Volgende >
 
  • HOME
  • CONTACT